Wilt u zelf uw golftechniek checken? Dat kan met de tips van Jos den Hartog!
Kijk regelmatig op deze website of er al nieuwe zijn gepubliceerd. Hebt u vragen naar aanleiding van de tips, stel deze dan via het contactformulier van Golfschool Up & Down.
1. Vroeg opkijken
Wilt u ook zo graag lange rechte ballen slaan en bent u na elke swing ook zo benieuwd of dat gelukt is? Velen van ons golfers zijn dat en wij kijken dus regelmatig te vroeg op. Is dat erg? Ja, want door dat vroege opkijken verandert de bal van koers. Uw lichaam volgt namelijk uw ogen en zodoende stuurt u de bal de verkeerde kant op. Vervolgens is nauwelijks nog na te gaan of u in beginsel een goede swing maakte, want uw bal eindigt niet waar u hem wilde hebben.
De kans op een goed resultaat is dus groter als u uw nieuwsgierigheid kunt bedwingen. Het is ook helemaal niet nodig om vroeg op te kijken, want een golfbal is 8 seconden in de lucht nadat u hem sloeg. Tel, waar u nu zit te lezen, maar eens rustig tot 8. Dat lijkt een zee van tijd en dat is het ook. U heeft dus alle tijd om uw bal te volgen.
‘Maar mijn ballen gaan helemaal niet altijd door de lucht en als ik dan niet vroeg kijk vind ik hem niet terug!’ Twee dingen zeg ik hierover. Eén: uw marker (meestal een mede-speler) hoort uw bal te volgen en twee: de kans dat uw bal wel door de lucht gaat is groter, als u pas kijkt na afronding van uw hele slag.
2. Toppen
Dit is niet wat u wilt, dus in dit stukje ga ik u leren hoe u het kunt voorkomen. Voor de gelukkigen onder u die niet weten wat toppen is, leg ik het eerst even uit. Normaal als een golfer een bal swingt dan gaat deze met een mooie boog door de lucht voordat hij weer op aarde land. Als een golfer een bal topt dan gaat de bal over de grond, net boven de grond of met een lagere boog dan gewenst, al naar gelang de ernst van het toppen.
Om deze ergerlijke balvlucht te voorkomen zijn twee zaken van groot belang. Het eerste geldt zowel voor houten als ijzers, namelijk ‘sla’ de bal naar voren en niet omhoog. Veel (beginnende) golfers willen graag zelf de bal omhoog slaan. Dat is helemaal niet nodig, want golfstokken zijn zo ontworpen dat door de schuine stand van het clubhoofd de bal omhoog gaat. Wilt u echter zelf de bal omhoog slaan, dan kan dit schuine vlak zijn werk niet doen, want u zult met de onderkant van het clubhoofd de bal raken. Dit veroorzaakt een lagere balvlucht dan gewenst. Vervolgens krijgt u nog meer de neiging om zelf de bal omhoog te werken, met weer een te lage balvlucht als gevolg enzovoort. Een negatieve spiraal is ingezet. Topt u dus een bal, focus dan bij de volgende slag op naar voren ‘slaan’.
Het tweede punt van belang geldt voor ‘slaan’ met ijzers. Om het schuine slagvlak zijn werk te kunnen laten doen, is het belangrijk dat u in uw set-up (klaar staan voor de swing) uw handen voor de bal heeft (ter hoogte van de linker lies bij rechtshandige spelers en ter hoogte van de rechter lies bij linkshandige spelers). Heeft u uw handen namelijk ter hoogte van de bal, dan raakt u met de onderkant van het slagvlak de bal. Het gevolg is een bal die zonder boog vooruit gaat.
3. Ademhaling
Stelt u zich eens voor. Een par 4 met goed bewaakte green (in dit geval een forse bunker voor de green). Na een fantastische afslag van 200 meter, die ook nog eens rechtuit ging, wilt u met een kort ijzer naar de green. Helaas raakt u eerst de grond en dan de bal. Het lengteverlies dat u lijdt zorgt ervoor dat de bal net voor de forse bunker blijft liggen, dat wel gelukkig! Bij uw bal aangekomen bent u niet meer zo blij. De bunker is groot en diep en ondanks dat u sinds mijn bunkertip van drie weken geleden, geen angst meer hebt voor bunkers, wilt u toch erg graag met uw derde slag de green bereiken. Wat zo vaak gebeurt tijdens een ronde golf, gebeurt nu ook. U vindt het spannend en dat niet alleen. De spanning uit zich onbewust ergens in uw lichaam en u merkt het pas, nadat uw bal helaas toch in de forse bunker ligt (of over de green in het water).
Andere situaties waarin spanning in uw lichaam kan sluipen zijn, slagen over het water, birdieputts van minder dan een meter, afslagen met publiek, de eerste slag in de baan met een nieuwe stok, nou ja, elke golfer kent ze. Belangrijke vraag is, hoe deze spanning kan worden voorkomen. Gelukkig is daar een hele simpele en doeltreffende manier voor: ademhalen. U doet uw normale routine voor uw slag, maar op het moment dat u normaliter de achterzwaai zou beginnen, haalt u eerst heel diep adem (tot in uw buik). Vervolgens ademt u heel langaam uit, naar keuze door neus of mond. U voelt de spanning uit uw lichaam vloeien, nu start u direct uw achterzwaai.
Denk nu terug aan de situatie met de bunker voor de green. U staat klaar voor uw slag, u ademt diep in en heel rustig uit. U maakt uw slag en ... uw bal gaat met een mooie boog over de forse bunker en landt keurig op de green.
Maak deze ademhaling onderdeel van uw routine voor een een ontspannen ronde golf met betere resultaten. Overigens helpt deze manier van ademhalen ook in spannende situaties buiten de golfbaan.




